Onderzoeksmethoden

Depressie

Erica is achttien jaar en is net begonnen aan haar studie sociale wetenschappen. Ze woont sinds een paar maanden op kamers in Utrecht en kan nu met iets meer afstand kijken naar het gezin waarin ze is opgegroeid. Veel van wat in het gezin vanzelfsprekend is, bekijkt ze nu met andere ogen. Bijvoorbeeld het feit dat haar moeder altijd moe is, nogal zwaar op de hand, somber over de wereld en bezorgd over haar kinderen. Erica's vader is een heel ander type: energiek en geïnteresseerd in alles wat met politiek en sport te maken heeft.
 

depressief gezicht

Erica vond het vroeger niet leuk dat haar moeder zo vaak op bed lag, maar vraagt ze nu af of er niet meer aan de hand was. Het woord 'depressie' is wel eens gevallen, maar door haar ouders werd daar nogal afwerend op gereageerd. Over psychische aandoeningen wordt niet graag gepraat, er hangt iets van schande omheen. Erica moet dus via andere wegen iets meer te weten zien te komen over dat wat zo bepalend voor haar jeugd is geweest: de chronische depressie van haar moeder.

 

Ze heeft zich voorgenomen om te achterhalen wat depressie nu eigenlijk is en vooral wat het doet met mensen uit de nabije omgeving. Als er één angst is die haar kwelt, dan is het namelijk de vraag in hoeverre ze op haar moeder lijkt. Het leven als eerstejaarsstudent, net op kamers, valt Erica bepaald niet mee. Even googlen maakt haar al snel duidelijk dat er heel veel websites over depressie zijn, de meeste bieden praktische hulp, een paar ook zelftesten en enkele sites bieden meer wetenschappelijke informatie. Eerst doet Erica een zelftest. Er blijken er twee te zijn: de Beck Depression Inventory en de Edingburgh Depression Scale. Ze constateert met verbazing dat ze volgens deze testen een lichte of matige depressie heeft. Ze concludeert voorlopig dat je wel een onverbeterlijke optimist moet zijn met een schokvrij zelfvertrouwen om buiten de gevarenzone te blijven. Maar het kan natuurlijk een definitiekwestie zijn. Wat is dan precies een depressie? Waar eindigt een dip en begint een depressie?

 

Hoe zit het met depressies bij jongeren?

Komen depressies vaak voor bij jongeren? Zou er onder pubers een verschil zijn in depressiviteit tussen jongens en meisjes? Zijn meisjes vaker depressief dan jongens omdat zij zich onzekerder voelen? Een vraag die Erica erg bezighoudt, is of kinderen van depressieve ouders meer kans hebben een depressie te ontwikkelen. Zouden kinderen die opgroeien in gezinnen met een depressieve moeder vaker depressief zijn dan kinderen die opgroeien in gezinnen waarin dit niet zo is omdat zij opgroeien in een omgeving die somberder en problematischer is?

 

Komt depressiviteit vaker voor bij bepaalde groepen in de samenleving?

In een grote enquête onder scholieren bleek dat jongens meer gedragsproblemen hebben en meisjes meer emotionele problemen. Jongens maken het dus anderen moeilijker, en meisjes zichzelf, concludeert Erica. Maar hoe zou je dat sekseverschil kunnen verklaren? Mogen vrouwen depressief zijn en wordt depressie van mannen veel minder getolereerd? En als depressie deels veroorzaakt wordt door maatschappelijke opvattingen over hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen, hoe zit het dan in andere culturen? Komt depressie daar even vaak voor als hier? Zouden allochtonen hier in Nederland meer lijden aan depressiviteit? En: is het daar ook vooral een 'vrouwenkwaal'? Of zou het hier pas een vrouwenkwaal geworden zijn nadat vrouwen buitenshuis zijn gaan werken onder invloed van het feminisme? En komt depressie meer voor in landen waar een competitieve instelling heerst dan in landen waar dit minder het geval is?

 

Hoe zit het met de beeldvorming over depressie?

Beschouwen mensen depressie als een ziekte, als een geestelijke stoornis, of alleen als iets wat lastig is? Is de beeldvorming over depressie negatiever in individualistische dan in collectivistische samenlevingen? En is de beeldvorming van depressie positiever onder allochtonen dan onder autochtonen? Verschilt de beeldvorming van depressies in (post)industriële en agrarische samenlevingen? Is de beeldvorming van depressiviteit de afgelopen twintig jaar in Nederland in een positiever licht komen te staan? Is het voor een man moeilijker dan voor een vrouw om ervoor uit te komen dat hij depressief is? Erica vermoedt dat dit zo is omdat haar vader een soort 'sok-ophalen-theorie' over depressie heeft: als je je rot voelt, ga je rennen en daarmee hijs je je stemming weer op.

 

Over medicijngebruik bij depressiviteit heeft Erica veel vragen. Haar moeder slikte medicijnen, maar die werkten niet goed. Hoe effectief zijn antidepressiva in vergelijking met therapeutische behandelingen? Hoeveel antidepressiva worden er nu voorgeschreven en is dit de afgelopen vijftig jaar sterk toegenomen? Op internet leest ze dat er heel veel antidepressiva worden voorgeschreven. Erica vraagt zich af hoe de farmaceutische industrie antidepressiva promoot. Hoe zien de advertenties voor antidepressiva van farmaceutische bedrijven er uit? Op wie richten ze zich: op de patiënten, de huisartsen of de psychiaters? Welke openlijke en welke verborgen boodschap geven de advertenties? Verder vraagt Erica zich af waarom antidepressiva worden voorgeschreven door psychiaters en huisartsen; om de patiënten te helpen, of om het leven van de mensen in de omgeving van de patiënt makkelijker te maken? Erica's moeder leek vooral suf te worden van de medicijnen waardoor ze minder 'lastig' was, maar haar geestestoestand leek niet erg te verbeteren door de medicijnen.

 

Erica studeert momenteel psychologie en denkt erover zich verder te specialiseren in depressies.

 

 

Websites

> Het Trimbos instituut houdt zich bezig met geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg.

> Het depressiecentrum zet zich in voor mensen met depressies en hun familie.

> Gripopjedip.nl: Hoe ga je om met depressieve klachten?

 

Wetenschappelijke publicaties op het gebied van depressie

Angell, K.E., Benjamin, L., McGee, R., Moffitt, T.E. & Silva, P.A. (1998). Development of depression from preadolesence to young adulthood: emerging gender differences in a 10-year longitudinal study. Journal of Abnormal Psychological Association, 107(1), 128-140.

 

Hartrick, G. & Schreiber, R. (2002). Keeping it together: how women use the biomedical explanatory model to manage the stigma of depression. Issues in Mental Health Nursing, 23, 91-105.

 

Wolpert, L. (2001). Stigma of depression: a personal view. British Medical Journal, 57, 221-224.