
Onderzoeksmethoden |
De broertjes van Annemarie, Mark en Gijs, hebben een ernstige nierziekte. Deze ziekte is bij beide broers behandeld met spoelingen van het bloed om te voorkomen dat hun nieren door de ziekte worden aangetast. Bij haar jongste broertje Gijs is dit niet gelukt; hij is nu aangewezen op dialyse en staat al ruim vijf jaar op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Annemarie heeft de afgelopen jaren moeten toezien hoe de gezondheid van haar broertje achteruitging. Toen ze zestien werd, heeft ze meteen het donorcodicil ingevuld en al haar organen na haar dood ter beschikking gesteld.
> www.donorregistratie.nl
Sinds ze studeert, is ze zich steeds meer gaan realiseren in wat voor moeilijke situatie haar broertje zit en wil ze meer weten over orgaandonatie, en in het bijzonder over het tekort aan aangeboden organen in Nederland. Ze bezoekt websites over donatie, leest krantenartikelen over het onderwerp en bekijkt tv-documentaires over donatie. Hierdoor heeft ze ontdekt dat ruim vijf miljoen Nederlanders een donorcodicil hebben waarin zij vastleggen of ze hun organen en/of weefsels na hun overlijden wel of niet beschikbaar stellen voor transplantatie. 56,4 procent van hen wil organen en/of weefsel na het overlijden beschikbaar stellen voor transplantatie.
Zijn mensen daar te lui voor? Dat zal toch niet waar zijn! Maar wat is dan wel de oorzaak? Vullen mensen het codicil niet in omdat de voorlichting gebrekkig is?
Bereikt voorlichting de verschillende groepen in de samenleving voldoende (jong, oud; man, vrouw; gelovig, ongelovig; allochtoon, autochtoon)? Of is het formulier te ingewikkeld voor sommige groepen? Vragen allochtonen vaker een codicil aan als de brochure en het formulier in hun moedertaal zijn opgesteld?
Komt dit doordat mensen bang zijn voor de gevolgen van orgaandonatie in het hiernamaals? Zijn mensen die niet in het hiernamaals geloven vaker orgaandonor dan mensen die hier wel in geloven? Of zien mensen orgaandonatie als een schending van hun lichamelijke integriteit? Religie heeft mogelijk eveneens invloed op de bereidheid tot orgaandonatie. Werkt voorlichting die specifiek bestaat uit geloofsargumenten beter dan voorlichting die zich richt op de baten van de patiënten? Zou de inhoud van specifieke leerstellingen en preken op het gebied van orgaandonatie variëren tussen religies? En is de invloed van deze leerstellingen en preken op de daadwerkelijke bereidheid tot orgaandonatie verschillend voor mensen die verschillende religies aanhangen? Zijn christenen meer of minder vaak bereid tot orgaandonatie dan islamieten?Hebben mensen met verschillende culturele achtergronden verschillende denkbeelden ten opzichte van orgaandonatie?
Trekken mensen zich wat aan van de mening van hun partner en familieleden over orgaandonatie? Zo ja, door wie worden mensen in hun keuze voor orgaandonatie het meest beïnvloed: door hun partner, ouders, kinderen, of broers en zussen? Wat zijn de overwegingen van familieleden van een terminale patiënt om al dan niet in te stemmen met orgaandonatie?
Op het internet las Annemarie dat de bereidheid tot orgaandonatie in veel andere landen nog lager ligt dan in Nederland. Sterker nog, het percentage potentiële orgaandonoren in Nederland is een van de hoogste in de wereld! Hoe is dit mogelijk? Verschillen de denkbeelden ten opzichte van orgaandonatie tussen Nederlanders en buitenlanders? Hechten Nederlanders een groter belang aan orgaandonatie dan de inwoners van andere landen? Hebben Nederlanders minder bezwaren tegen orgaandonatie dan inwoners uit andere landen? Is de voorlichting in Nederland beter dan in andere landen? Of zijn er in andere landen minder effectieve donorregistratiesystemen? Daarentegen zou orgaandonatie in België veel beter geregeld zijn, hoe zit dat?
Het lijkt niet waarschijnlijk dat mensen in Nederland vaker ziek zijn. In de kroeg heeft Annemarie wel eens gehoord dat in China orgaanhandel is toegestaan waardoor er minder tekorten zijn. Dit soort wetgeving verwacht ze niet in andere landen in Europa. Toch zijn ook in deze landen vaak minder tekorten aan orgaandonoren. Het enige wat ze kan bedenken, is dat er waarschijnlijk te weinig gezonde mensen dood gaan in Nederland. Zou het aantal auto-ongelukken in Nederland veel lager zijn dan in andere landen?
Als student krijgt Annemarie nu de kans om degelijk wetenschappelijk onderzoek te doen en antwoord te vinden op haar vele vragen.
> Orgaandonatie: feiten en cijfers (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
> Website van De transplantatiestichting over orgaan- en weefseldonatie
> Website van De nierstichting over nierziektes en hoe je daarmee om kunt gaan
Hoffer, Z. & Zwart, H. (1998). Orgaandonatie en de betekenis van levensbeschouwelijke opvattingen. Medische antropologie, 10(2), 239-259.
Anandh, H. & Phadke, K.P. (2002). Ethics of paid organ donation. Pediatr. Nephrol. 17, 309-311.
Arnold, H.M., Gordon, N., Hewlett, J. & Siminoff, L.A. (2001). Factors influencing families' consent for donation of solid organs for transplantation. JAMA, 286(1), 71-77.