Onderzoeksmethoden

Hoofdlijn hoofdstuk 3

Klik hier om te lezen over het nut van de hoofdlijn, het inhoudsschema en de begrippen.

 

In het eerste deel van dit hoofdstuk worden drie tradities van sociaalwetenschappelijk onderzoek besproken: empirisch-analytisch onderzoek, interpretatief onderzoek en kritisch-emancipatoir onderzoek. Onderzoekers binnen elk van deze tradities hebben verschillende doelen die zij nastreven en hebben daarbij voorkeur voor specifieke onderzoeksmethoden.

 

Het tweede deel van het hoofdstuk gaat verder in op het onderscheid tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek dat al in hoofdstuk 1 is genoemd. Fundamenteel onderzoek is erop gericht kennisproblemen op te lossen en heeft een empirische cyclus. Deze cyclus is doorlopend en kent verschillende fasen. Praktijkgericht onderzoek ondersteunt de oplossing van praktijkproblemen. In de praktijk is er ook een doorlopende cyclus met verschillende fasen: de regulatieve cyclus. Er bestaat geen strikte scheiding tussen fundamenteel en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, maar een geleidelijke overgang. De twee cycli moeten dan ook niet als volkomen van elkaar gescheiden worden beschouwd.

Begrippen hoofdstuk 3

Hieronder zie je de begrippen die in hoofdstuk 3 worden gebruikt of geïntroduceerd.

We maken onderscheid in diverse typen begrippen:

contrasterende begrippen (sluiten elkaar uit);

autonome begrippen (staan op zichzelf);

gerelateerde begrippen (vormen een verzameling van met elkaar samenhangende begrippen).

 

Klik op de begrippen en vul de definities in:

(dat kan alleen als je bent ingelogd!)

Contrasterende begrippen
interpretatief onderzoek
empirisch-analytisch onderzoek
kritisch-emancipatoir onderzoek
Contrasterende begrippen
fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek

 

Contrasterende begrippen
kennisprobleem
praktijkprobleem
Gerelateerde begrippen
eerstepersoonsperspectief
derdepersoonsperspectief
Gerelateerde begrippen
fenomenologie
hermeneutiek
Gerelateerde begrippen
theorie
praktijktheorie
Autonoom begrip
hypothese
Autonoom begrip
toetsen
Contrasterende begrippen
inductie
deductie
Contrasterende begrippen
explorerend onderzoek
toetsend onderzoek
Gerelateerde begrippen
experiment
enquête
Autonoom begrip
kwalitatief onderzoek

zie ook hoofdstuk 8

Contrasterende begrippen
verificatie
falsificatie
Gerelateerde begrippen
ex-ante evaluatie
planevaluatie
procesevaluatie
productevaluatie

Omschrijf de onderstaande begrippen en geeft aan bij welk van de tradities van sociaalwetenschappelijk onderzoek deze passen.

  • Nomothetisch (p. 71)
  • Idiografische kennis (p. 74)
  • Emancipatoire kennis (p. 76)
  • Reductionistisch (versus holistisch) (p. 71)
  • Holistisch (versus reductionistisch) (p. 75)
  • Handelings- of actie-onderzoek (p. 76)
  • Participatief (p. 76)



Omschrijf de begrippen uit de cycli en teken de cycli.

  • Empirische cyclus (p. 81)
    • Fasen van de empirische cyclus (p. 82-89).
  • Regulatieve cyclus (p. 90)
    • Fasen van de regulatieve cyclus (p. 93-99)



Inhoudsschema hoofdstuk 3

 

Klik hier voor de pdf van de schematische opbouw van hoofdstuk 3.